Woning- en boerderijtypen

Architectuuratlas van Nederland

Een kennismaking met zes herkenbare gebouwtypen en de relatie tussen hun vorm, gebruik en omgeving.

Zo gebruikt u de atlas

Een type is een hulpmiddel, geen vast recept

Gebouwen van hetzelfde type kunnen sterk van elkaar verschillen. Een boerderij werd uitgebreid, een stadswoning kreeg een nieuwe gevel en een rijtjeshuis werd aan de achterzijde uitgebouwd.

De voorbeelden hieronder helpen bij een eerste herkenning. Kijk naar de hoofdvorm, plattegrond, kap en positie op het erf. Gebruik een gebouwtype nooit als enige bewijs voor een datering. Lokale varianten en latere verbouwingen zijn eerder regel dan uitzondering.

Voor de chronologische ontwikkeling kunt u de geschiedenis van het Nederlandse woonhuis raadplegen. Begrippen over kappen en bedekking worden uitgelegd bij historische dakvormen.

Noord-Holland

Stolpboerderij

Bij de stolp liggen woonruimte, veestal en opslag onder één grote piramidevormige kap. De constructie rust rond een houten vierkant waarin oorspronkelijk hooi werd opgeslagen. De gevels zijn relatief laag in verhouding tot het grote dakvlak.

De positie van de darsdeuren, stal en woonhoek verschilt per streek en bouwperiode. Grote dakkapellen of dakramen vallen op een stolp snel op, omdat het gesloten dakvlak zo bepalend is voor de hoofdvorm.

Friesland en Groningen

Kop-hals-rompboerderij

Het woonhuis vormt de kop, een smaller tussendeel de hals en de grote schuur de romp. Niet ieder voorbeeld heeft een even duidelijk herkenbare hals. De delen konden bovendien in verschillende perioden worden gebouwd.

Het voorhuis kreeg soms een representatieve gevel, terwijl het bedrijfsgedeelte vooral praktisch werd uitgevoerd. Verschillen in nokhoogte, metselwerk en aansluiting helpen om de bouwfasen te begrijpen.

Zuid-Limburg

Vakwerkhuis en gesloten hoeve

Bij vakwerk vormt een houten raamwerk de draagconstructie. De vakken werden gevuld met vlechtwerk en leem of later met baksteen. In Zuid-Limburg komen ook boerderijen voor waarvan woon- en bedrijfsgebouwen rond een binnenplaats liggen.

Leem, hout en kalk moeten vocht kunnen opnemen en weer afstaan. Een harde, dichte afwerking kan dat verstoren. Onderhoud vraagt daarom kennis van het oorspronkelijke materiaalsysteem.

Rivierengebied

T-boerderij

Bij een T-boerderij staat een breed woonhuis dwars voor een langer bedrijfsgedeelte. Op de plattegrond ontstaat daardoor de vorm van een T. De voorgevel is op weg of dijk gericht; de schuur ligt daarachter.

Veel T-boerderijen ontstonden door uitbreiding of vernieuwing van een ouder boerderijtype. De aansluiting tussen voorhuis en achterbouw kan daarom belangrijke bouwsporen bevatten.

Historische steden

Diep stadshuis

Het diepe stadshuis staat op een smal perceel en loopt ver naar achteren door. Aan de straat lag vaak een winkel of werkruimte, met woonvertrekken en soms een afzonderlijk achterhuis daarachter. De hoge kap werd voor opslag gebruikt.

Een gevel kan veel jonger zijn dan de rest van het pand. Bekijk daarom ook kelder, balklagen, zijmuren en kap wanneer u de ouderdom onderzoekt.

Heel Nederland, na 1945

Naoorlogse rijtjeswoning

De rijtjeswoning werd na de Tweede Wereldoorlog op grote schaal gebouwd. Herhaling maakte de bouw snel en betaalbaar. De doorzonkamer, keuken aan de tuin en slaapkamers op de verdieping werden veelgebruikte kenmerken.

De architectonische kwaliteit zit vaak in de samenhang van een hele rij: hetzelfde metselwerk, terugkerende raamverdeling en een doorlopende daklijn. Individuele verbouwingen kunnen die samenhang veranderen.

Bouwmaterialen

De invloed van landschap en transport

Lokale grondstoffen hadden grote invloed op de bouw. In kleigebieden werden veel baksteen en dakpannen gemaakt; in gebieden met voldoende hout bleven houten constructies en gevelonderdelen langer belangrijk.

Materialen waren echter nooit uitsluitend lokaal. Rivieren, trekvaarten en zeevaart maakten langeafstandshandel mogelijk. Natuursteen werd aangevoerd voor stoepen, gevelplinten en raamomlijstingen. Hout uit Scandinavië en het Oostzeegebied werd in Nederlandse steden verwerkt. Vanaf de negentiende eeuw vergrootten spoorwegen en fabrieken het aanbod verder.

“Streekeigen” betekent daarom niet automatisch dat ieder materiaal uit de directe omgeving kwam. Het gaat ook om de manier waarop materiaal werd toegepast. Op de pagina historische bouwambachten leest u hoe vaklieden hout, steen, metaal en glas verwerkten.

Gebouw en omgeving

Bekijk ook straat, erf en landschap

Een huis aan een dijk staat anders in het landschap dan een woning in een stadsstraat. Bij boerderijen horen vaak een erf, sloten, schuren en een route naar het land. In een stad zijn rooilijn, perceelbreedte en aansluiting op buurpanden belangrijk.

Historische kaarten laten zien hoe wegen, waterlopen en percelen veranderden. Luchtfoto’s tonen wanneer een wijk of aanbouw verscheen. Google Street View kan recente verbouwingen helpen vergelijken, maar vervangt geen archiefonderzoek of bezoek aan de locatie.

Maak bij onderzoek eerst overzichtsfoto’s van het gebouw en de omgeving. Leg daarna pas details vast. In onze bronnenwijzer vindt u geschikte kaarten, beeldbanken en archieven.

Historische gracht met aaneengesloten woonhuizen en verschillende dakvormen
Bij een stadswoning zijn perceelbreedte, rooilijn en de aansluiting op buurpanden onderdeel van de bouwgeschiedenis.

Zelf onderzoeken

Vergelijk het gebouw met kaarten, foto’s en bouwdossiers.

Bekijk de bronnenwijzer